Vlaams Sinfonietta

Info

Dat de Vlaamse componist Luc Van Hove een diepe bewondering heeft voor het werk van zijn Hongaarse collega György Ligeti weet u sinds hij in 2003 curator was van het festival music@venture. Nu kiest hij voor twee meesterwerken van Ligeti om zijn 'Chamber Symphony' te omringen. De Zes Bagatellen voor blazerskwintet zijn goeddeels op folklore geïnspireerd. Ligeti schreef ze oorspronkelijk als 'Musica ricercata' voor piano. Beide versies staan op het programma. In het 'Chamber Concerto' speelt Ligeti een verrassend spel met overgeleverde vormen, trouw aan zijn motto: "Ik zoek naar orde, maar die moet ook een beetje wanordelijk zijn".

Luc Van Hove over zijn 'Chamber Symphony': "Het is een hele uitdaging, maar ook een mijlpaal om - eindelijk - een volwaardige kamersymfonie te kunnen schrijven. Het genre is uitermate rijk en ambigu, orkestraal en kamermuzikaal tegelijk. Daarnaast biedt het ook uitstekende mogelijkheden om solistische partijen doorheen het geheel te weven. Ik kijk ernaar uit om me in het genre te kunnen meten en heb het volste vertrouwen in het Emanon Ensemble om dit project volwaardig te realiseren."

Programma

György Ligeti - Musica Ricercata (1951-53) en Zes Bagatellen (1953)
Rond 1950 wist Ligeti het even niet goed meer. Zijn grote voorbeeld Rartók was dood en de rechtstreekse emulatie van zijn muziek in werken als het Eerste Strijkkwartet bood geen verdere perspectieven. Ligeti’s oplossing was even drastisch als radicaal, even geniaal als gewaagd: tabula rasa maken van alle muziek, en met een wit blad helemaal opnieuw beginnen. In de cyclus van elf pianostukken 'Musica Ricercata' bouwt Ligeti zijn vocabularium letterlijk toon voor toon op: in het eerste deel gebruikt hij slechts twee verschillende tonen, in het tweede deel drie, enzovoort, totdat hij in het slotdeel beschikt over de twaalf chromatische tonen. Delen uit deze cyclus werden nadien bewerkt voor blazerskwintet (Bagatellen). Filmliefhebbers zullen het op slechts drie verschillende tonen gebaseerde tweede deel herkennen als oorwurm in Stanley Kubricks 'Eyes wide Shut'. Het 'Tempo de Valse' is het vierde deel uit de cyclus. De ondertitel (' à l'orgue de Barbarie') verwijst naar het draaiorgel, waarop dit walsje bijzonder idiomatisch zou klinken. Misschien verwijst deze ondertitel ook naar Stravinsky: niet zozeer naar het draaiorgel uit 'Petrushka', maar naar Stravinsky's theoretische tekst 'Poétique musicale' uit 1945, waarin dit begrip tot twee keer toe en in meer dan één betekenis gebruikt wordt. Deel negen, het 'Adagio. Mesto' is geschreven ter nagedachtenis van Bartók, aan wiens muziek het de zettingswijze en het harmonisch idioom (meer bepaald het assensysteern en vooral de overmatige kwart-relatie) ontleent. Ook in deel tien ('Vivace. Capriccioso') laat Ligeti horen hoe Bartók voor hem vertrek- maar geen eindpunt was: het slot bevat achtereenvolgens een Ligeti-cluster en een Bartók-cadens.

György Ligeti - Kammerkonzert voor 13 instrumenten (1969-70)
Het kamerconcerto is een variante op de kamersymfonie. Zoals gesuggereerd door de benaming fungeren de 13 musici van het ensemble (en de dirigent!) als solisten die een grote individuele virtuositeit tentoon spreiden. Alban Berg schreef het eerste 'Kammerkonzert' uit de rnuziekgeschiedenis voor 2 solisten (viool en piano) en blazers. Het is een samenballing van het concerto-type, waarbij de rol van het begeleidend orkest overgenomen wordt door de 13 blazers. Bij Ligeti zijn de 13 instrumentisten daarentegen allemaal solist. Daardoor ontstaat een mengvorm tussen kamermuziek en virtuoze, concertante muziek voor een solisten- ensemble. De vier bewegingen bevatten alle typische Ligeti-knmerken : micropolyfone zettingen waarin de zeer talrijke en geljkaardige stemmen niet als dusdanig kunnen waargenomen worden, klankmassa's waaruit slechts af en toe een herkenbaar akkoord of melodische flard opduikt, razendsnelle tempi en (in het derde deel) een muzikaal mechaniekje dat uiteindelijk stukloopt. De transparantie van de bezetting bevordert ook in dit werk de waarneembaarheid van de verschillende lagen. Ligeti gaat erg ver in de individualisering van de stemmen. Zo zijn er passages waarin de musici tegelijkertijd in verschillende tempi spelen, wat ook de dirigent voor een bijzondere uitdaging plaatst.

Luc Van Hove - Chamber Symphony (2012)
Het klankbeeld van deze Kamersymfonie voor 15 solisten is vrij traditioneel, met als meest opvallende elementen misschien de prominente aarwezigheid van de harp en het gebruik van de kopers met dempers. Zoals het opus 9 van Schönberg is ook deze kamersymfonie sterk gericht op thematisch-motivische ontwikkeling. Alle stemmen participeren aan dit proces, waardoor een hechte structuur ontstaat die geen noot te weinig of te veel bevat. De individualisering van de stemmen wordt versterkt doordat ze niet steeds in eenzelfde metrisch verband staan. Zoals steeds in de muziek van Van Hove is de harmonische vormgeving uiterst zorgvuldig uitgewerkt, met een sterker dan voorheen geprononceerd verschil tussen consonantie en dissonantie. Naar eigen zeggen heeft de componist lang getwijfeld tussen de suite en de symfonie als uitgangspunt voor de vorm van dit werk. Voor het eerste pleit het gebruik van eenzelfde harmonisch organisatieprincipe in de vier delen: het gemeenschappelijk element in de opeenvolging van contrasterende dansen in de historische suite was inderdaad de tonaliteit. Voor het tweede pleit het doorgedreven proces van thematisch-motivische vormgeving, dat inderdaad het waar-merk is van de grote symfonische traditie.

tekst: Mark Delaere in het programma deSingel, november 2012

Speellijst

28 november 2012: De Singel, Antwerpen
Wereldcreatie Chamber Symphony van Luc Van Hove

Extra

Luc Van Hove op Matrix
Programma via De Singel